Volendam wil zeggen: Vollendam. Zes eeuwen geleden kwam hier de E of IJe in de zee. Aan dit water was vier kilometer naar het noorden Edam of IJedam ontstaan. Het gebied, dat in Volendam nu nog De Meer heet is een verlaagd gebied ten opzichte van de omliggende bebouwing en fungeerde als havenmond voor Edam.
Toen Edam na 1357 een nieuwe en kortere west-oost verbinding van het Purmermeer naar de Zuiderzee groef, kon de oude havenmond “vol” of “dicht” worden gemaakt. Hier nu begint de historie van Volendam met het maken van een dam of afsluitdijk, waar zich naast de boeren weldra enkele vissers vestigden.
Op de voormalige Zuiderzee kon het geducht spoken. Door een dijkdoorbraak bij Katwoude in januari 1916 kwam een groot gedeelte van Noord-Holland boven het Noordzeekanaal onder water te staan. Aan het vrij binnenstromen van het water vanuit de Noordzee naar dat van de Zuiderzee, met alle gevolgen van dien, moest door de aanleg van een afsluitdijk een einde komen.
De dijk kwam er in 1932. Geprofeteerd werd, dat dit de genadeslag voor Volendam zou betekenen. De hardwerkende Volendamse vissers kenden evenwel heel goed het gezegde: “Als het getij verloopt, verzet men de bakens”. Het gevolg was, dat slechts een klein gedeelte van hen bleef varen.
Het overgrote deel van de bevolking verdient nu het dagelijks brood in de industrie en bouwnijverheid, waarbij watersport en toerisme ook niet onvermeld mogen blijven. Volendam was vijf eeuwen lang niet meer dan een vergeten vissersdorp aan de Zuiderzee. Het kan daardoor niet bogen op een grote rijkdom aan monumenten, doch door een haast volkomen isolement konden zich hier de oude gewoonten en de klederdrachten handhaven en werden die een monument op zich.
Hoewel de kom Volendam altijd deel heeft uitgemaakt van de gemeente, was de naam van de gemeente van zo omstreeks de 12e/13e eeuw af Edam.
Sinds 1900 is de kom Volendam echter enorm uitgebreid en de stad Edam in inwonertal ver voorbij gestreefd. In 1974 nam de gemeenteraad daarom het besluit tot naamswijziging. De Kroon keurde dit goed, waardoor de namen van de beide kommen aan elkaar werden gesmeed.
Vanaf 1 januari 1975 luidt de naam van de gemeente daarom: Edam-Volendam. Omdat het toch niet mogelijk is de beide kommen - zoals de naam zou doen vermoeden - als één geheel te beschrijven, is hierboven voor iedere kom een aparte vermelding.

Naar aanleiding van Uw artikel :”Paling proeven en horen” in het Limburgs Dagblad en de Limburger van Zaterdag 13 februari op pagina E7, met de daarbij prachtige overzichtsfoto van Volendam,waarbij centraal het Mariabeeld op het havenhoofd, mijn reactie. Dit was een initiatief van een Limburger, Leo Olivers uit Maastricht en getuigt van een gelijke Mariadevotie van Volendammers en Limburgers.
Het verhaal van het Mariabeeld op het havenhoofd te Volendam.
In de zomer van 1952 werd door een groep Volendammers, , onder leiding van kapelaan Drost van de St.Vincentiusparochie in Volendam ,voor de eerste keer deelgenomen aan een Nationale Banneuxbedevaart ,georganiseerd door het Centraal Banneuxsecretariaat te Maastricht.
Deze geslaagde pelgrimage van de groep Volendammers leidde tot een uitnodiging aan de Limburgse Banneux-promotor, de heer Leo Olivers uit Maastricht, om een voordracht met film over het Banneuxgebeuren te komen houden in het St.Joseph gebouw te Volendam op Zondagmiddag 28 September 1952.
Die zondagmiddag was de belangstelling echter zo groot, dat men besloot diezelfde avond een tweede bijeenkomst te organiseren. Doch opnieuw had men niet op een zo grote belangstelling gerekend en daarbij het laaiende enthousiasme van de Volendammers, dat Leo Olivers werd gevraagd ook de volgende dag ,Maandag 29 September 1952 nog twee voordrachten te houden.
Diezelfde zondagavond ,na de zo geslaagde bijeenkomsten, liep Leo Olivers samen met kapelaan Drost naar het havenhoofd voor een groet aan de uitvarende Volendammer vissersvloot. Leo Olivers was onder de indruk van die sterke Volendammer saamhorigheid, bijzonder ook voor hun grote mariadevotie, zoals hij dit op deze dag mocht ervaren. Spontaan opperde hij aan kapelaan Drost,: “Hier op deze plaats zou het een prachtige plek zijn voor het plaatsen van een Mariabeeld , speciaal het beeld van O.L.Vrouw van Banneux,de Maagd der Armen, die immers in Banneux heeft gezegd te zijn gekomen voor alle Natiën.”Hij vervolgde, “ Is er nog een betere plaats dan hier, waar jaarlijks zoveel duizenden toeristen , bezoekers en zeker niet op de laatste plaats de Volendammer vissers voor hun dagelijks brood , de haven in en uit varen.”?
De volgende dag Maandag 29 September, volgde opnieuw twee voorstellingen. Tijdens de laatste bijeenkomst waren inmiddels een aantal gemeentelijke autoriteiten nieuwsgierig geworden, waaronder de Burgemeester van Edam en Volendam, die ook wel eens wat over het Banneuxgebeuren wilde vernemen. Tijdens de pauze nam kapelaan Drost spontaan het woord en vertelde heel enthousiast over wat hem die avond tevoren was overkomen, toen Leo Olivers hem voorstelde een beeld van O.L.Vrouw van Banneux te plaatsen op het havenhoofd. Hij had er steeds aan moeten denken of hij dit voorstel wel of niet moest kenbaar maken. Eerst een diepe stilte en dan plotseling een reagerende zaal met een daverend applaus.
Kapelaan Drost voelde zich hierdoor gesterkt en vroeg het aanwezige College van B en W of zij hiermede konden instemmen. De burgemeester reageerde hierop dat hij alle medewerking wilde verlenen bij een spoedige behandeling in de gemeenteraad. Ruim tweeduizend Volendammers hadden de voordrachten van Leo Olivers tijdens die twee dagen bijgewoond.
Driekwart jaar later op 19 Juli 1953 was het groot feest in het versierde Volendam. De met vlaggen getooide vissersvloot met als eerste de botter, de “Volendam III” met aan boord de grijze Haarlemse Bisschop, Mgr.J.P.Huybers en andere officiële genodigden. Deze voer gestaag naar het havenhoofd, gevolgd door een volgende botter,welke volgde met aan boord de zingende maagdenkoren van Cadier en Keer en Oost Maarland, welke gelijk het bekende maagdenkoor van Tongeren , geheel in het wit gekleed met palmtakken en bronzen klokkenspel, de bekende marialiederen zongen van de Belgische componist “Jaminé”. Ook de Volendamse fanfare was er eveneens ter opluistering. Op het havenhoofd was het de gemengde zangvereniging onder leiding van de heer Moeskops, die ook hun bijdrage leverde aan de feestelijke gebeurtenis, de plechtige inhuldiging en zegening door de Haarlemse Bisschop. De Bisschop van Luik ,Mgr.Kerckhoffs had het nieuwe Mariabeeld reeds officieel ingezegend in Banneux, voor het vertrek naar Volendam.
Meer dan 300 Limburgers in een zevental bussen naar Volendam gekomen, woonden eveneens de feestelijkheden bij. De heer Schokker vertolkte de grote vreugde van alle Volendammers met de komst van de Maagd der Armen naar Volendam.
Die avond vond er een ware verbroedering plaats van de Volendammers met hun Limburgse en Belgische gasten. De dag er na hadden de Volendammer vissers hun gasten uitgenodigd voor een tochtje op het IJsselmeer en naar Marken. Ondanks dat Marken geheel protestant is, zongen de deelnemende koren op Marken spontaan een aantal marialiederen voor de plaatselijke bevolking.
Kortom, het verhaal van het Mariabeeld in de haven van Volendam was voor velen een geweldige en heel bijzondere gebeurtenis, zeker voor de Volendammers zelf, welke diep in hun hart een grote devotie hebben voor Maria. Leo Olivers, had zeker niet kunnen denken ,dat zijn Banneuxverhaal zo een prachtig vervolg had. Tot aan zijn dood in 1966 had ook hij Volendam en zijn Volendammers een bijzonder plekje gegeven in zijn hart.
Peter Olivers ,Schinnen 13/02/2010