De bevolking vormt een grotendeels Rooms Katholieke gemeenschap met eigen gewoontes en taal. Oudere Volendammers lopen soms nog in klederdracht.
1. Volendammers gaan met zijn allen op vakantie naar dezelfde camping. Je eigen buurman is daar ook weer je buurman en al het voedsel wordt van huis meegenomen, want alleen bij ons op het dorp worden lekkere spullen verkocht.
2. Volendammers zijn extreem proper. Wij zeggen zelf: 'As ju stoepie maor skoon is'. De voorstraatjes worden hier zelfs gestofzuigd. Zien is geloven!
3. Een Volendammer trouwt met een Volendamse. In 95 procent van de gevallen is dat zo. De reden? Een Volendammer komt z’n partner op zaterdagavond op de Dijk tegen. Het is praktisch en je weet wat je aan elkaar hebt. Qua dialect is het ook wel gemakkelijk.
4. Alle Volendammers liepen vroeger in een Volendams kostuum. Als je dan van 'achter het derde klaphek' (het einde van Volendam destijds) kwam droegen de mensen gewoon een jas. Het begrip 'jas' als aanduiding voor een niet-Volendammer komt dan ook daar vandaan. Als één van je ouders niet uit Volendam komt (een zeldzaamheid) ben je dus een halve jas en word je een bodywarmer genoemd. . Jassenwerk is bijvoorbeeld dat wat een Volendammer niet doet.
5. Ouderen treffen elkaar in het Praathuisje (huisje op de dijk waar ouderen samenkomen)
6. Alles buiten Volendam ligt achter het derde klaphek. Volendam was vroeger heel klein en eromheen had je weiland. Er waren twee klaphekken bij het dorp, de derde stond tweehonderd meter verderop. Daar hield Volendam letterlijk op. ‘Die is nog nooit achter het derde klap-hek weest’, is een uitdrukking die daarbij hoort. Dat betekent dat iemand wereldvreemd is.
7. Een Volendammer die niet kan voetballen en zingen, is op de lagere school niet populair. Een jochie van zes jaar gaat hier op voetbal, iedereen. Je bent vervolgens meteen een goeierd of ‘een slecht’. Dat geldt ook bij zingen. Goeiers zitten in het kinderkoor van meester Beumer en zingen over de hele wereld. Als je én niet voetballen én niet zingen kunt, nee, dan hoor je er niet bepaald bij. Dan mag je in de schoolpauze ‘niet meedoen’.
8.Een Volendammer heeft een kermisket. Dat is een kermisvriendin. Als je geen ket hebt met de kermis, dan is de kermis mislukt. Oftewel: je moet in een steegje hebben gestaan. De weken voorafgaand aan het dorpsfeest maak je al een voorselectie van welke meiden misschien voor jou beschikbaar zijn. Tijdens de kermis komt in Volendammers een oerdrift bovendrijven en is iedereen op een positieve manier buiten zinnen. En de meiden? Die willen ook niet in hun eentje naar huis lopen. En denk maar niet dat een ket geheim blijft.
Voor je thuis bent weet iedereen het al, want de muren hebben hier oren. De kermis duurt in Volendam vier dagen en vindt het 1ste weekend van september plaats. Op zaterdag en maandag begint het respectievelijk om acht en zeven uur ’s morgens. Ja, dan ben je twee keer op een dag dronken. Wie op zo’n morgen te laat het café binnenkomt, moet eerst een Jägermeister drinken. En dat na vijf uur slaap...”
9. Een Volendammer huis heeft kanten gordijnen.
Dat klopt, van oudsher al. Net als dat een huis een mooie voordeur heeft en in de woonkamer een pronkkast met een duur servies en de mooie glazen. Door de vele toeristen voelen we ons in huis bekeken, dus dan zijn de gordijn-tjes best prettig. Prachtige spullen, dat hoort er gewoon bij. Als de buurman een nieuw voorstraatje legt, dan wil je dat ook. We zijn materialistisch en daarom wordt er op zaterdag veel bijgeklust. Vroeger woonden de arme visboertjes in Volendam, de rijke heren in Edam. Dat willen we niet meer. Het dorp is wat dat betreft uit het slijk getrokken
10. Volendammers eten tussen de middag warm en hebben een zeer speciale jus om in te dopen 'butter en eek', het is gemaakt van boter, azijn en peper!

Naar aanleiding van Uw artikel :”Paling proeven en horen” in het Limburgs Dagblad en de Limburger van Zaterdag 13 februari op pagina E7, met de daarbij prachtige overzichtsfoto van Volendam,waarbij centraal het Mariabeeld op het havenhoofd, mijn reactie. Dit was een initiatief van een Limburger, Leo Olivers uit Maastricht en getuigt van een gelijke Mariadevotie van Volendammers en Limburgers.
Het verhaal van het Mariabeeld op het havenhoofd te Volendam.
In de zomer van 1952 werd door een groep Volendammers, , onder leiding van kapelaan Drost van de St.Vincentiusparochie in Volendam ,voor de eerste keer deelgenomen aan een Nationale Banneuxbedevaart ,georganiseerd door het Centraal Banneuxsecretariaat te Maastricht.
Deze geslaagde pelgrimage van de groep Volendammers leidde tot een uitnodiging aan de Limburgse Banneux-promotor, de heer Leo Olivers uit Maastricht, om een voordracht met film over het Banneuxgebeuren te komen houden in het St.Joseph gebouw te Volendam op Zondagmiddag 28 September 1952.
Die zondagmiddag was de belangstelling echter zo groot, dat men besloot diezelfde avond een tweede bijeenkomst te organiseren. Doch opnieuw had men niet op een zo grote belangstelling gerekend en daarbij het laaiende enthousiasme van de Volendammers, dat Leo Olivers werd gevraagd ook de volgende dag ,Maandag 29 September 1952 nog twee voordrachten te houden.
Diezelfde zondagavond ,na de zo geslaagde bijeenkomsten, liep Leo Olivers samen met kapelaan Drost naar het havenhoofd voor een groet aan de uitvarende Volendammer vissersvloot. Leo Olivers was onder de indruk van die sterke Volendammer saamhorigheid, bijzonder ook voor hun grote mariadevotie, zoals hij dit op deze dag mocht ervaren. Spontaan opperde hij aan kapelaan Drost,: “Hier op deze plaats zou het een prachtige plek zijn voor het plaatsen van een Mariabeeld , speciaal het beeld van O.L.Vrouw van Banneux,de Maagd der Armen, die immers in Banneux heeft gezegd te zijn gekomen voor alle Natiën.”Hij vervolgde, “ Is er nog een betere plaats dan hier, waar jaarlijks zoveel duizenden toeristen , bezoekers en zeker niet op de laatste plaats de Volendammer vissers voor hun dagelijks brood , de haven in en uit varen.”?
De volgende dag Maandag 29 September, volgde opnieuw twee voorstellingen. Tijdens de laatste bijeenkomst waren inmiddels een aantal gemeentelijke autoriteiten nieuwsgierig geworden, waaronder de Burgemeester van Edam en Volendam, die ook wel eens wat over het Banneuxgebeuren wilde vernemen. Tijdens de pauze nam kapelaan Drost spontaan het woord en vertelde heel enthousiast over wat hem die avond tevoren was overkomen, toen Leo Olivers hem voorstelde een beeld van O.L.Vrouw van Banneux te plaatsen op het havenhoofd. Hij had er steeds aan moeten denken of hij dit voorstel wel of niet moest kenbaar maken. Eerst een diepe stilte en dan plotseling een reagerende zaal met een daverend applaus.
Kapelaan Drost voelde zich hierdoor gesterkt en vroeg het aanwezige College van B en W of zij hiermede konden instemmen. De burgemeester reageerde hierop dat hij alle medewerking wilde verlenen bij een spoedige behandeling in de gemeenteraad. Ruim tweeduizend Volendammers hadden de voordrachten van Leo Olivers tijdens die twee dagen bijgewoond.
Driekwart jaar later op 19 Juli 1953 was het groot feest in het versierde Volendam. De met vlaggen getooide vissersvloot met als eerste de botter, de “Volendam III” met aan boord de grijze Haarlemse Bisschop, Mgr.J.P.Huybers en andere officiële genodigden. Deze voer gestaag naar het havenhoofd, gevolgd door een volgende botter,welke volgde met aan boord de zingende maagdenkoren van Cadier en Keer en Oost Maarland, welke gelijk het bekende maagdenkoor van Tongeren , geheel in het wit gekleed met palmtakken en bronzen klokkenspel, de bekende marialiederen zongen van de Belgische componist “Jaminé”. Ook de Volendamse fanfare was er eveneens ter opluistering. Op het havenhoofd was het de gemengde zangvereniging onder leiding van de heer Moeskops, die ook hun bijdrage leverde aan de feestelijke gebeurtenis, de plechtige inhuldiging en zegening door de Haarlemse Bisschop. De Bisschop van Luik ,Mgr.Kerckhoffs had het nieuwe Mariabeeld reeds officieel ingezegend in Banneux, voor het vertrek naar Volendam.
Meer dan 300 Limburgers in een zevental bussen naar Volendam gekomen, woonden eveneens de feestelijkheden bij. De heer Schokker vertolkte de grote vreugde van alle Volendammers met de komst van de Maagd der Armen naar Volendam.
Die avond vond er een ware verbroedering plaats van de Volendammers met hun Limburgse en Belgische gasten. De dag er na hadden de Volendammer vissers hun gasten uitgenodigd voor een tochtje op het IJsselmeer en naar Marken. Ondanks dat Marken geheel protestant is, zongen de deelnemende koren op Marken spontaan een aantal marialiederen voor de plaatselijke bevolking.
Kortom, het verhaal van het Mariabeeld in de haven van Volendam was voor velen een geweldige en heel bijzondere gebeurtenis, zeker voor de Volendammers zelf, welke diep in hun hart een grote devotie hebben voor Maria. Leo Olivers, had zeker niet kunnen denken ,dat zijn Banneuxverhaal zo een prachtig vervolg had. Tot aan zijn dood in 1966 had ook hij Volendam en zijn Volendammers een bijzonder plekje gegeven in zijn hart.
Peter Olivers ,Schinnen 13/02/2010